Instructies voor het veilig opladen van een batterij Veiligheidstips voor het opladen Een batterij overstarten
← Opladen Een voertuig overstarten met een opgeladen VARTA batterij

Een batterij overstarten

LEES EERST HET GEDEELTE VEILIGHEID DOOR EN NEEM DE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES IN DE HANDLEIDING BIJ DE STARTKABELS IN ACHT

WAARSCHUWING — BATTERIJEN PRODUCEREN EXPLOSIEVE GASSEN.

Met deze instructie blijft het explosiegevaar tot een minimum beperkt. Zorg dat de batterij uit de buurt blijft van vonken, vlammen en sigaretten.

  • Beide batterijen moeten hetzelfde voltage hebben (6, 12, etc.)
  • Draag tijdens het overstarten altijd oogbescherming en buig nooit over de batterij heen.
  • Start nooit een beschadigde batterij over; controleer beide batterijen voordat u de startkabels aansluit.
  • Zorg dat de ventilatiekleppen dicht zijn en horizontaal staan.
  • Zorg dat beide voertuigen elkaar niet raken en dat beide contactsloten op “UIT” staan.
  • Zet alle elektrische verbruikers uit (radio,, ruitenwissers, verlichting, etc.)

De volgende stappen moeten zeer nauwkeurig worden opgevolgd.

  1. Sluit de positieve (+) startkabel aan op de positieve aansluitpool (+) van de lege batterij.
  2. Sluit het andere uiteinde van de positieve (+) kabel aan op de positieve aansluitpool (+) van de volle batterij.
  3. Sluit de negatieve (-) startkabel aan op de negatieve aansluitpool (-) van de volle batterij.
  4. SLUIT DE LAATSTE NEGATIEVE (-) AANSLUITKLEM AAN OP HET MOTORBLOK VAN HET GESTRANDE VOERTUIG, UIT DE BUURT VAN DE BATTERIJ EN DE CARBURATEUR.
  5. Zorg dat beide kabels geen contact maken met ventilatorbladen, riemen en andere bewegende delen van beide motors.
  6. Start het voertuig en verwijder de startkabels in OMGEKEERDE volgorde.